Het is half acht en ik ben al even wakker. Deels door het licht dat door het tentdoek schijnt en deels door de vogeltjes die in de tent goed te horen zijn. En o ja, iets minder romantisch, door mijn volle blaas. Die zegt al zeker een half uur ‘sta op en leeg mij!’ Als ik het echt niet meer kan negeren, glijd ik me onder het dekbed vandaan en glip zo stil mogelijk uit de binnentent, zodat mijn eega door kan slapen. Ik worstel me in de voortent in mijn joggingbroek en slippers en doe een trui aan, want echt warm is het nog niet. Op weg naar de WC groet ik vriendelijk de paar mensen die net als ik genieten van de nog stille camping. 

Een goed half uur later. Inmiddels zit ik in een stoel voor de caravan van mijn ouders. Ook in de caravan op de plek naast ons is leven te bespeuren. De (jonge) kinderen worden door hun ouders richting de zandbak in het midden van het veld gedirigeerd. Maar ssssttt zachtjes, er slapen nog mensen. Je zou denken dat je dit dan fluisterend zegt. Maar nee, vader buldert het de kinderen na en die zijn al bijna in de zandbak. En ja, daar zijn ze met enig gegil en geroep heen gerend. Zoals het kinderen betaamt.

Op de camping

Als de jongste begint te huilen, vermoedelijk omdat de oudste zand in zijn ogen heeft gegooid, loopt niet een van de twee ouders richting de glijbaan, maar klinkt opnieuw het ‘sssssttttt, er slapen nog mensen.’ Op een nog wat hardere toon, want tja: je moet wel over het gehuil van het kind heen roepen natuurlijk. Dat overigens nog wat harder begint te jammeren en richting caravan loopt, op afstand gevolgd door de oudste. Die wordt vermanend toegesproken door vader, want ‘we zouden er toch met zijn vieren een gezellig weekend van maken? Dan moet je niet zo doen.’
Enigszins bedremmeld druipt de oudste weer af, begeleid door de opmerking ‘je moet ook niet met zand gooien.’ Ook hij begint te jammeren, de reactie daarop kun je inmiddels zelf invullen. Ik gniffel intussen en vraag me af hoeveel mensen inmiddels wakker zijn geworden van het niet zo zachte verzoek om vooral stil te zijn.

Intussen verschijnt mijn eigen vader ten tonele; die ik pas hoor als hij ongeveer naast me staat. Die hoef je niet te zeggen dat hij stil moet zijn, zou het met de leeftijd te maken hebben? 🙂 We gaan baantjes trekken, ook al is het echt niet zo warm en is de lucht behoorlijk grijs. Maar het is wel lekker dat het kan. En zo vroeg op de ochtend mag je echt alleen baantjes trekken, nog geen bommetjes maken. Geen kinderen dus, die gemaand moeten worden vooral stil te zijn. Als we terugkomen, is mijn eega inmiddels ook wakker. Klaar om er een gezellig weekend van te maken… Heerlijk, zo’n ochtend op de camping!