Aflevering 38, 24 november 2023

Feuilleton Madame Bonheur aflevering 38

De volgende dag glipt Elisabeth in alle vroegte het huis uit. Na het vertrek van Charlotte is Elisabeth al snel naar boven gegaan. Maar in slaap komen, dat lukte niet Nu kan ze niet langer wachten, ze moet  weten wat er waar is van het verhaal dat Charlotte haar verteld heeft. Er is maar een iemand die haar de antwoorden kan geven die ze zoekt: Dorothee. Terwijl ze richting Saint’-Émilion rijdt, probeert ze te bedenken wat ze tegen Dorothee wil zeggen, welke vragen ze kan stellen. Want wat als het toch niet waar is? Wat als Dorothee toch ook zwanger was, maar het verborgen had gehouden? Of het gewoon niet wist, zoals Elisabeth ook lang niet had geweten dat ze in verwachting was. Maar dat zou te toevallig zijn. Hoe had ze zo naïef kunnen zijn om Dorothee destijds te geloven? Had ze toen maar doorgezet, was ze maar naar Gérard toegegaan. Als hij echt een nieuwe vrouw had gehad, dan hadden ze het in ieder geval samen af kunnen sluiten.

Met een hoofd vol vragen zet ze de auto dichtbij het huis neer, zodat ze altijd weg kan vluchten. Het huis ligt er prachtig bij in het vroege ochtendlicht. Maar Elisabeth blijft niet lang staan om er naar te kijken, ze wil maar één ding: antwoord op de vraag wat er echt met haar baby is gebeurd. Zoals altijd is de achterdeur open.

‘Dorothee, Dorothee ben je hier?’ Elisabeth loopt van kamer naar kamer, roepend om de vrouw die ooit haar schoonzus zou worden. ‘Ik ga niet weg voor ik je mijn vragen heb kunnen stellen!’

Dan hoort ze de zachte, vriendelijke stem van Julien. ‘Mijn vrouw moest onverwacht naar Bordeaux gisteravond en is nog niet terug. Maar kan ik u misschien helpen, mevrouw?’

Elisabeth draait zich om en moet even slikken. Wat is Julien mager! Hij knippert met zijn ogen en dan begint hij te stralen.

‘Maar, ben jij het echt? Ben je teruggekomen? Elisabeth?’

Ze weet even niet wat ze moet zeggen. Hij klinkt oprecht blij om haar te zien.

‘Wist Dorothee dat jij zou komen? Hoe dan? Hebben jullie contact met elkaar gehad? Wat zie je er geweldig uit zeg. Gérard zal niet weten wat er gebeurt als hij hoort dat je terug bent. Of weet hij dat je zou komen? Nee dat kan niet, dan had hij me dat wel laten weten.’

‘Wat veel vragen lieve Julien. Ik zal ze een voor een beantwoorden. Maar niet voor je me vertelt hoe het met jou gaat.’ En ik weet of je te vertrouwen bent, denkt ze er achteraan.

‘Kom mee, naar de keuken. Daar staat al koffie. Ik ben alleen thuis, Dorothee is met Etienne naar Bordeaux, iets voor zaken. Ik verwacht ze eigenlijk pas morgen terug, of misschien vanavond heel laat. Dorothee laat me liever niet alleen, ik ben pas weer terug uit het ziekenhuis. Etienne is onze zoon, ons wonderkind. Of heb je dat al gehoord?’

Elisabeth schudt van nee en schenkt koffie in. Automatisch doet ze er voor Julien suiker in. Hij lacht, ‘dat je dat nog weet. Het is zo lang geleden. Al heb ik ook nog vaak gedacht aan onze paar gesprekken in de ziekenzaal. Isabeau had het ook nog vaak over jou, over hoe je haar voorlas in de avonden.’

Elisabeth probeert te glimlachen. ‘Bijna alles uit die tijd weet ik nog. De eerste weken hier, het waren de gelukkigste van mijn leven.’

‘Maar waarom ben je dan vertrokken? Ik heb het nooit echt begrepen. Gérard trouwens ook niet. Wist je dat hij nog in Den Haag is geweest, bij je oom en tante? Jouw afscheidsbrief vond hij maar vreemd. Alsof jij die niet zelf had geschreven zei hij altijd. Hij is in Australië nu. Hij is nooit lang hier, alleen rond de oogstperiode houdt hij het langer uit bij ons…’

Wat moet ze hem vertellen? Uit hoe Julien met haar praat blijkt alleen maar oprechte blijdschap dat ze er is. Als hij zou weten dat hij haar kind aan het opvoeden is, zou hij dan zo tegen haar kunnen praten?

‘Wat ben je stil Elisabeth, zo ken ik je niet. Je was altijd zo’n spontane flapuit. Kom, vertel. Maak van je hart geen moordkuil.’

Het is zo vertrouwd om met hem samen te zijn. Zo vaak heeft ze hem niet gezien en altijd in een ziekenhuis. Maar ook toen was hij altijd geïnteresseerd in wat ze te vertellen had. Vooral in wat ze van het leven op de wijngaard vond. Ze besluit nog wat tijd te kopen. ‘En Isabeau, je zei dat ze het over me had. Is ze er niet meer?’

‘Nee, helaas. Vlak voor Etienne geboren is, is ze heel ziek geweest. Een longontsteking. Ze was daarvoor al zwak en is eigenlijk altijd zo gebleven. Al is ze pas twee jaar geleden overleden. Maar kom, voor de draad ermee. Je bent tijd aan het rekken, of heb ik het fout?’

Elisabeth haalt diep adem. Dan vertelt ze hem over de zwangerschap en haar doodgeboren kindje. Over haar vlucht naar Parijs en hoe ze uiteindelijk het contact met haar tante herstelde nadat haar oom overleed. Dat ze hier eerder is geweest en wat Dorothee haar toen vertelde over Gérard, zijn nieuwe liefde en over hun kind. Als Julien dat hoort, ziet ze de verbazing in zijn ogen.

‘Gérard een kind? Maar nee, dat moet Etienne zijn geweest die je toen zag. Aangezien ik niet met hem kon voetballen of ravotten, deed Gérard dat altijd. Als hij er was tenminste. Waarom zou Doortje dat tegen je gezegd hebben?’

Elisabeth weet het zeker. Als Etienne haar zoon is, dan heeft Dorothee dat nooit tegen Julien gezegd. Hij klinkt te oprecht verbaasd. ‘Julien, je zei net dat Etienne jullie wonderkind is. Wat bedoelde je daarmee?’

Hij schraapt even zijn keel. ‘Dorothee en ik probeerden al een tijd om een kindje te krijgen, dat weet je misschien nog wel. Toen kreeg ik de dwarslaesie en dachten we dat onze kans verkeken was. Tot Dorothee erachter kwam dat ze net voor het ongeluk zwanger was geworden. Ze merkte het pas heel laat. Waarschijnlijk door alle verdriet en zorgen. Het duurde ook heel lang voor je haar buik zag groeien. Misschien lette ik daar ook niet heel goed op. Ik was veel met mezelf bezig in die tijd. Maar Etienne was ook heel klein toen hij geboren werd. Geloof ik.’

Julien is even stil. Dan draait hij zich om en rijdt weg in zijn rolstoel, om niet veel later terug te komen met een fotoboek. Hij bladert naar het einde en mompelt wat in zichzelf. Dan kijkt hij haar aan.

‘Wat als Dorothee niet heeft gelogen?’

‘Wat bedoel je Julien?’

‘Die keer dat jij hier terugkwam. Toen ze tegen je zei dat Gérard met zijn zoon aan de hand liep. Wat als dat waar is? Dat ze alleen gelogen heeft over die vrouw? Dat was vast een van de pluksters trouwens.’

Elisabeth zwijgt. Het is duidelijk dat Julien hier zelf ook gedachten over heeft.

‘Er zijn heel veel momenten geweest dat ik dacht dat Doortje iets voor me verzweeg. Iets dat met Etienne te maken had. Maar ik heb nooit willen weten wat het precies was. Of ze een affaire had gehad. Of misschien dat ze verkracht was. Ik wist niet hoe ik er mee om moest gaan. Maar wat…’

‘Als ze met haar zus heeft samengespannen? Tegen mij heeft gedaan alsof mijn kindje dood was en het zelf heeft opgevoed?’ Elisabeth kan het hem niet laten zeggen. Voor haar is het al te pijnlijk, maar hoe moet het voor deze man zijn? Ze ziet Julien voor haar ogen bijna verder verschrompelen en gaat naast hem zitten, met haar arm om hem heen.

‘Wat jij zegt kan ook waar zijn Julien.’

Hij schudt zijn hoofd en geeft haar het fotoboek. ‘Kijk maar. Hij lijkt sprekend op Gérard. Behalve die ogen. Nu ik zijn foto naast jouw gezicht zie… ’

Elisabeth kijkt naar de foto en ziet een jonge Gérard. Ze herkent haar eigen blik van foto’s van haarzelf.

‘Heb je Dorothee nog gezien nadat ze jou op het station heeft afgezet?’

‘Je bedoelt nadat ik naar het klooster ben vertrokken?’

‘Is ze je ooit op komen zoeken?’

‘Nee. We hebben wat brieven geschreven, maar niet al te veel. Het leven in het klooster had een heel strikt ritme. Ik wist ook niet goed wat ik haar moest schrijven. En toen ik daar wegging met Agnetha heb ik haar beloofd dat ik nooit terug zou gaan naar Saint- Émilion. Niet voordat ik een teken had gehad.’

‘Een teken?’

Elisabeth lacht. ‘Ja een teken van God. Dat het goed was. Ik was er van overtuigd dat ik vervloekt was. Alle tekenen wezen erop. Jouw ongeluk, het feit dat de wijngaard niet bij de classificatie hoorde, Gérard die wegging, mijn zwangerschap en ons doodgeboren kindje. Ik was zo bang voor wat er allemaal nog meer kon gebeuren. Geen enkel moment in het klooster heb ik het gevoel gehad dat ik dichterbij vergeving door God kwam. En zuster Agnetha…’

‘Laat me raden, zij moedigde het idee bij je aan dat je zondig zou zijn?’ Julien slaat driftig met zijn vuist op tafel.

‘Ze heeft het nooit ontkend, als ik erover praatte. Maar ze leek altijd zo vriendelijk, alsof ze het beste met mij voor had.’

‘Wil je me een ding beloven Elisabeth?’

Voor ze erover na kan denken knikt ze al ja.

‘Mag ik Dorothee eerst zelf vragen wat er is vredesnaam gebeurd is? Voor jij haar confronteert?’

‘Dat mag. Maar beloof jij mij dan dat je het haar meteen vraagt als ze thuiskomt. Ik wil zo graag duidelijkheid.’

Julien knikt net zo snel ja als zij zelf eerder deed. ‘Dat snap ik. Ik voel hetzelfde. Als je mij het adres van je nicht stuurt, zal ik zorgen dat Dorothee langskomt. Misschien niet meteen morgen, maar wel binnen een paar dagen. Of ik stuur je bericht, dat jij hierheen komt.’

Ze praten nog even door over de wijngaard, maar het gesprek loopt stroef. De sfeer is helemaal omgeslagen, de vertrouwdheid lijkt verdwenen. Julien is steeds bleker geworden en ze zijn beiden in hun eigen gedachten verzonken. Niet heel veel later besluit Elisabeth te gaan.

‘Ik praat direct met Dorothee zodra ze thuis is, dat beloof ik je,’ verzekert Julien haar.

Op de terugweg naar Bordeaux loopt Elisabeths hoofd over van alle vragen. De foto’s van Etienne hebben haar vermoedens nog verder bevestigd. Ze voelt aan alles dat hij haar kind is. Maar volledige duidelijkheid heeft ze nog steeds niet en dat begint aan haar te knagen. Heeft Gérard hier nooit aan gedacht? Ook hem moet de gelijkenis met hemzelf als kind toch opgevallen zijn? Of zou hij daar blind voor zijn? En wat wil ze van Etienne? Heeft ze het recht om zijn leven helemaal te veranderen? Zou ze alles in Parijs op willen geven om hier te gaan wonen, op de wijngaard? Als ze Jeanne met deze vragen bombardeert, moet die lachen.

‘Stap voor stap, vraag voor vraag. Eerst maar eens horen wat Dorothee te zeggen heeft. Wanneer denk je iets te horen?’

‘Julien wil ook antwoorden, dat zag ik aan alles. Misschien morgen al? Maar ik denk niet dat het meer dan een dag of twee, drie drie zal duren voor Dorothee zich meldt. Ze laat dit vast niet aan Julien over.’

‘Laat me je dan morgen rondleiden door Bordeaux. Als ze morgen pas terug is op de wijngaard, dan zul je morgen niets horen. En om hier dan de hele dag in spanning af te gaan wachten, daar heeft niemand iets aan.’


© Astrid Habraken – alle rechten voorbehouden. Madame Bonheur – een Haagse roman verschijnt in 2023 in eerste versie in feuilletonvorm. Iedere aflevering is gecorrigeerd, schrijf- en tikfouten voorbehouden. In 2024 zal een complete, waar nodig herschreven versie verschijnen in boekvorm. Fysiek, dan wel als e-book.

0 reacties

Geef een reactie

%d