Aflevering 40, 8 december 2023

Aflevering 40 Madame Bonheur

‘Ik hoef denk ik niet meer te bevestigen dat Etienne jullie zoon is. Hij lijkt sprekend op Gérard, al lijkt Gérard daar zelf geen oog voor te hebben. Hij is misschien ook te weinig hier. Toen hij terugkwam uit Den Haag die laatste keer, na dat tweede bezoek aan je tante, is hij nooit langer dan een maand of twee thuis geweest. Altijd rond de oogsttijd, om ons te helpen. Hij leek altijd op zoek, of misschien op de vlucht.’ Dorothee steekt meteen van wal met haar verhaal.

‘Die ene keer dat jij hier stond… ik wist niet hoeveel je had gezien of gehoord. Maar toen je zelf hintte op een nieuwe liefde van Gérard en een kind. Het kwam me wel goed uit eigenlijk. Het rolde zo mijn mond uit.’

‘Je hebt ook genoeg ervaring met liegen. Dat wordt vast steeds makkelijker.’ Elisabeth kan zich niet langer inhouden, zeker niet nu Dorothee er bijna triomfantelijk bij lijkt te kijken.

‘Dat zou je denken, maar dat is niet zo. Iedere keer als Gérard terugkwam van een reis dacht ik ‘nu gaat hij het zien, nu gaat hij vragen stellen.’ En Julien… hij voelde ook dat er iets was. Hij vertelde me nu pas dat hij dacht dat ik misschien een affaire had gehad. Al kon hij zich dat eigenlijk niet voorstellen.’ Dorothee staat op en pakt glazen en een karaf water. Ze drinkt gulzig een glas leeg en gebaart Elisabeth dat zij voor zichzelf kan inschenken.

‘Toen ik met jouw probleem bij Agnetha aanklopte, had ik dit allemaal ook niet verwacht. Agnetha vertelde dat ze al vaker vrouwen had geholpen die lichtzinnig hadden gehandeld en zwanger waren geworden. Ze zag het als een straf van God voor losbandigheid.’

‘Lichtzinnig? We hebben ons twee keer laten gaan!’ Opnieuw voelt Elisabeth de verontwaardiging door haar lichaam gaan.

Dorothee haalt haar schouders op. ‘Je had toch ook moeten wachten? Jullie waren niet getrouwd. Je wist wat er op het spel stond. Niet alleen voor jullie, maar voor de hele familie. We hadden alles kwijt kunnen raken.’

Elisabeth wil reageren, maar besluit het niet te doen. ‘Laten we het daar niet over hebben. Vertel verder.’

‘Agnetha wist hoe graag ik een kindje wilde. En toen stelde ze voor dat ik zou doen dat ik ook zwanger was. Dat ik zou doen alsof jouw kindje ons eigen vlees en bloed was. Het kon precies zei ze, als ik net voor Juliens ongeluk nog gemeenschap had gehad. Een teken van God noemde ze het, om goed te maken wat we allemaal hadden verloren.’

‘Maar waarom zo? Waarom kon je ons kind niet gewoon adopteren? Dan hadden Gérard en ik toch gewoon kunnen zwijgen?’

‘Geloof je het zelf? Hoe meer mensen hier van zouden weten, hoe groter de kans dat het uit zou komen. Dat heb je nu wel gezien. En denk je dat jij had kunnen zwijgen? Dat je tegen een tweede kindje niet zou zeggen ‘kijk, daar loopt je broertje?’ Dat verdriet wilde ik er niet bij hebben. Voor mij was dit de enige manier om een kindje van onszelf te krijgen. Een kindje waar niet iedereen van wist dat het niet ons vlees en bloed was. Hoe langer je in het klooster was, hoe minder ik ook aan jou dacht. Ik droomde alleen van ons kindje. Dat jij je nooit bekeerde maakte mijn gevoel dat dit de enige oplossing was ook steeds sterker.’

‘En dat je Gérard en mij daarmee uit elkaar dreef, dat maakte niet uit?’

‘Jullie zijn allebei jong, dacht ik, er komt wel een ander. Maar die kwam er niet, tenminste niet bij Gérard.’ Dorothees stem klinkt onzekerder nu.

‘Bij mij ook niet. En of ik ooit nog een kindje had kunnen krijgen, dat is ook maar de vraag. Volgens de dokter was er iets mis gegaan en zou ik geen kinderen meer kunnen krijgen.’

‘Dat wist ik niet. Dat heeft Agnetha me nooit verteld. Toen ik haar vertelde dat jij hier was geweest, was ze ontzettend kwaad op jou. Maar ze vond dat ik het goed had opgelost. Toen ik haar vertelde over mijn twijfels, wuifde ze die eerst weg.’ Dorothee neemt nog een slok water voor ze verder gaat. ‘Toen Gérard bleef treuren om jou, begon ik me af te vragen of we dit wel hadden mogen doen. Maar Agnetha… ze zei dat ik het niet kon vertellen. Dat zij dan in de problemen zou komen. Dat dan uit zou komen dat ze meer kinderen bij hun moeders had weggehaald. Dat zou een groot schandaal zijn, of ik dat dan wilde.’

‘Om hoeveel kinderen gaat het?’

‘Ik weet het echt niet. Misschien had ik er naar moeten vragen, maar nadat jij hier was geweest… het duurde heel lang voor ik weer kon genieten van Etienne. Voor ik Julien weer aan kon kijken zonder het hele verhaal te vertellen. Toen Agnetha overleed heb ik er wel even aan gedacht. Maar jij hield je woord en Etienne was zo gehecht aan Julien. Ik besloot het zo te laten.’

Elisabeth ziet een vrouw voor zich die weet dat het fout is wat ze heeft gedaan. Die vol is van het verdriet van die man die ze heeft moeten begraven. Die nooit echt heeft kunnen genieten van het gezinsleven.

‘Ik heb geprobeerd Gérard te bereiken’, hervat Dorothee haar verhaal. ‘Dat is nog niet gelukt, maar iedereen die ik heb gesproken probeert het nu ook. Hij is op reis door Australië, maar zodra hij hoort dat Julien overleden is zal hij direct terugkomen. Tussen hem en mij is het nooit meer goed gekomen, maar voor Julien gaat hij door het vuur. Net als voor Etienne. Het kan nog even duren voor hij er is, maar hij komt.’

Elisabeth voelt haar hart bonzen, ze krijgt het eerst warm en dan koud. Wat moet ze doen? Kan ze hem nog onder ogen komen?

‘Wat wil je dat ik doe? Ik laat het aan jou. Dat heb je wel verdiend.’ Dorothee kijkt haar afwachtend aan.

‘Ik weet het niet. Ik moet erover nadenken. Etienne, hij heeft al zoveel verloren. En Gérard… wat heb je hem eigenlijk verteld over mijn vertrek?’

‘Dat je naar het klooster was gegaan om God te zoeken.’

‘Een slim verdraaide versie van de waarheid.’ Ze moet het Dorothee nageven, ze heeft het slim gespeeld.

‘Toen je met Agnetha naar Parijs vertrok en je die brief had geschreven dat je niet terug zou komen omdat er geen toekomst was voor jullie, geloofde hij me niet. Ik heb hem verteld dat Agnetha je had bezocht in het klooster. Dat ze mij had verteld dat je overtuigd was dat jullie relatie vervloekt was vanwege jullie verschillende geloofsopvattingen. Hij is bij Agnetha verhaal gaan halen, die natuurlijk bevestigde wat ik al verteld had.’

Elisabeth staat op. ‘Ik ga. Laat het me weten als je iets van Gérard hoort.’

‘Beloof je me dat je niets tegen Etienne zegt zonder mij erbij?’

‘Ik ben niet zoals jij Dorothee. Ik ga niet over lijken.’ En met die woorden vertrekt Elisabeth, zonder nog om te kijken naar Dorothee.

In de dagen die volgen, blijft Elisabeth twijfelen wat ze moet doen. Het is meer dan twintig jaar geleden dat ze Gérard heeft gesproken. Dat hij nooit meer een nieuwe liefde heeft gevonden, betekent niet dat hij nooit relaties heeft gehad. Misschien geen serieuze, maar zou hij echt nog op haar wachten? Ze draait aan de ring die hij haar al die jaren geleden gaf. Maar wat gebeurt er als hij hoort dat zij nooit getwijfeld heeft aan de woorden van zuster Agnetha, dat hun kindje doodgeboren is? Dat ze Dorothee meteen geloofde toen ze haar vertelde dat Gérard getrouwd was, een kind had en een zwangere vrouw. Ze komt er niet uit. Kon ze nog maar een keer met tante Sophia praten, die zou wel weten wat te doen. Jeanne en Charlotte bedoelen het goed, maar hebben beiden nooit een relatie gehad. Dan denkt ze aan Filou, maar dat idee zet ze snel aan de kant. Ze wil haar vriendin hier niet mee belasten.

Na lang twijfelen, besluit ze een brief te schrijven aan Gérard, waarin ze hem vraagt haar te ontmoeten in Den Haag. Opsturen naar Australië heeft geen zin meer, voor de brief daar is zal hij al vertrokken zijn. Ze zal erop moeten vertrouwen dat Dorothee zich aan haar woord houdt, dat Elisabeth mag bepalen hoe het nu verder gaat.

Het schrijven van de brief kost haar moeite, ze begint talloze keren opnieuw. Als ze eindelijk tevreden is, vertelt ze Charlotte en Jeanne wat erin staat.

‘Beloof me dat jullie nooit uit mijn naam contact op zullen nemen met Gérard of Etienne. Of zelfs maar met Dorothee.’ Elisabeth kijkt ze vorsend aan. ‘Ik wil dat het op mijn manier gebeurt.’

‘Maar wat nou als…’

‘Dorothee de brief niet aan Gérard geeft? Dat doet ze wel. Ik laat haar een eed zweren op het leven van degene die haar liefst is.’

‘Etienne.’

Elisabeth knikt.

De volgende dag rijdt Elisabeth nog een keer naar de wijngaard, waar ze Dorothee tussen de wijnranken vindt.

‘Gérard heeft gisteren een telegram gestuurd dat hij zo snel mogelijk naar huis komt. Hij wist nog niet wanneer dat zou zijn.’ Dorothee klinkt vijandig, alsof ze zichzelf wil verdedigen dat ze nog niets heeft laten weten.

‘Daar kom ik niet voor. Al ben ik blij voor jou dat hij naar huis komt. Ik heb een besluit genomen.’

Dorothees blik verstrakt en ze kijkt Elisabeth gespannen aan.

‘Ik heb een brief voor Gérard geschreven. Ik vertrouw erop dat jij hem die geeft zodra hij thuis is en een beetje van de schrik bekomen is.’

‘Staat erin…’

‘Wat er precies instaat ga ik je niet vertellen. Maar wees niet bezorgd, ik heb niet het hele verhaal opgeschreven. Ik vraag hem om als hij mij wil zien, me te komen opzoeken. Hij weet waar.’ Dat ze erin heeft gezet dat Gérard alvast moet vragen naar Etienne vertelt ze niet aan Dorothee. ‘En ik wil jou ook iets vragen.’

Dorothee aarzelt heel even en stemt dan toe.

‘Beloof me met de hand op je bijbel dat je de brief zult overhandigen. Zweer dat op het leven van Etienne.’

Dorothee knikt alleen maar.


Den Haag, augustus 1978

Zenuwachtig betreedt Elisabeth de receptie van Les Aristocrats. Ze is gewend om dingen alleen te doen, maar alleen inchecken in een hotel? Vrijwel direct staat er een piccolo naast haar om haar te helpen met haar koffers. Ze was even vergeten hoe luxe het hotel eigenlijk is, zou ze zich hier wel thuis voelen? Twee weken is een lange tijd. De piccolo begeleidt haar naar de receptie, waar een vriendelijke jongedame haar begroet met haar beste Frans.

‘U kunt gewoon Nederlands met mij praten,’ lacht Elisabeth. ‘Ik ben geboren en getogen in Nederland.’

Het meisje kijkt haar dankbaar aan. ‘O gelukkig! Ik probeer mijn Frans wel te verbeteren, maar nou ja, dat is niet zo makkelijk.’

‘Ik kan u daar wel bij helpen de komende weken? Af en toe een gesprekje doet wonderen. Mits jij dan iets voor mij doet.’

‘Natuurlijk, we staan altijd voor u klaar. Wat kan ik voor u doen?’

Elisabeth legt uit dat ze heeft gereserveerd onder de naam madame Bonheur, maar dat er een andere naam op haar paspoort staat. ‘Maar het is een verrassing voor mijn man. Dus kunt u mij toch inschrijven onder de naam madame Bonheur. Voor als hij komt.’ Het meisje kijkt er moeilijk bij.

‘Hier, dit is mijn officiële paspoort, met mijn naam. Een andere naam noteren, hoe erg kan het zijn? Voor de liefde…’ Elisabeth kijkt haar met haar vriendelijkste blik aan.

‘Vertelt u me dan in onze Franse conversatie alles over de liefde?’

Elisabeth lacht. Het is gelukt! 

Als ze twee weken later het hotel verlaat, vraagt het meisje haar in het Frans of alles naar wens is geweest. Elisabeth lacht haar bevestigend toe. Het meisje maakt de rekening op en terwijl Elisabeth deze controleert, vraagt ze bedeesd ‘Maar uw man, hij is niet geweest?’

Afwezig rekent Elisabeth het openstaande bedrag af.

‘Nee, hij moest op de wijngaard blijven. Maar wie weet, volgend jaar. Kunt u alvast een reservering voor ons maken? Dezelfde twee weken, maar dan volgend jaar.’

Het meisje knikt. ‘Ik hoop u dan weer te zien. Samen.’


© Astrid Habraken – alle rechten voorbehouden. Madame Bonheur – een Haagse roman verschijnt in 2023 in eerste versie in feuilletonvorm. Iedere aflevering is gecorrigeerd, schrijf- en tikfouten voorbehouden. In 2024 zal een complete, waar nodig herschreven versie verschijnen in boekvorm. Fysiek, dan wel als e-book.

0 reacties

Geef een reactie

%d