Aflevering 6, 3 maart

Feuilleton Madame Bonheur, aflevering 6

Vrijdag 24 augustus 2018

‘Allô, oui?’

‘Bonjour madame, je cherche Filou. Je suis Claire et je..’

‘Ah, bonjour Claire! Enchanté! Ik ben Madeleine, een vriendin van Filou en Elisabeth. Of nou ja vriendin, ik help ze met het een en ander. Ja dames op leeftijd weet je en geen directe familie. Toen Filou me vroeg of ik voor haar een telefoongesprek kon voeren in het Engels kon ik natuurlijk geen nee zeggen.’

Madeleine is na haar begroeting inderdaad overgaan op Engels. Maar ze spreekt dit met een zwaar accent en in een razend tempo. Claire moet moeite doen om te volgen wat ze precies zegt. Zeker omdat ze om zich heen ook nog het geroezemoes hoort van de receptie. Rond elf uur is het daar een drukte van belang, met gasten die vertrekken en nog van alles willen regelen. Ze besluit zelf in het Frans verder te gaan.

‘Pardon, Elisabeth zei u?’

‘Ah je spreekt ook Frans. Dat is veel makkelijker. Ja Elisabeth Lafeber. Dat is de vriendin van Filou die in uw hotel zou moeten logeren. Ken je haar?’

‘Nee. Nou ja misschien wel, maar dan ken ik haar onder een andere naam. Madame Bonheur, zegt u dat iets?’

Claire hoort hoe Madeleine iets zegt tegen iemand bij haar in de kamer. Dat zal Filou zijn. Jammer genoeg kan Claire het gesprek niet volgen.

‘Ik heb het even aan Filou gevraagd, maar de naam zegt haar niets. Waarom denk je dat deze madame Bonheur en onze Elisabeth een en dezelfde persoon zijn? Is haar voornaam soms ook Elisabeth?’

Claire denkt diep na. Heeft ze ooit de voornaam van madame Bonheur gehoord? Zelf heeft ze die in ieder geval nooit gebruikt. Ze sprak haar ook altijd met u aan. Maar misschien haar moeder? Claire zoekt snel in het computersysteem de laatste reservering van mevrouw erbij.

‘Allô, ben je er nog? Het is zo stil?’

Claire schrikt op.

‘Pardon, ik zoek even iets op. Het klinkt misschien gek, ik ken madame Bonheur nu dertien jaar, maar een voornaam… nee die heb ik niet. Het is zo’n statige, voorname dame. Iedereen noemde haar hier altijd madame. Maar ik heb nu haar reservering voor me en inderdaad, haar voorletter is een E.’

‘En welk adres staat er dan bij?’

‘Die informatie mag ik niet geven, vanwege de privacy. Maar misschien kunt u het adres geven waar Elisabeth Lafeber woont?’

‘Ja zeker wel, want dat is waar ik nu ook ben. De Rue Mabillon, in Parijs. Kent u de stad een beetje?’

Claire knikt uitbundig van ja, maar realiseert zich dan dat Madeleine dat niet ziet.

‘Ja zeker, ik ben er vaak geweest. Bij Café des Flores in de buurt toch?’

‘Helemaal juist. Maar mag je dan misschien wel zeggen of het adres hetzelfde is?’

‘Dat is het niet. Het lijkt er niet eens op. Ook de plek niet. Maar van mijn collega heb ik begrepen dat madame Filou eerder vertelde dat mevrouw Lafeber al vele jaren in ons hotel verblijft, altijd in dezelfde weken van het jaar. En dat ze 81 is. Dat klopt allemaal met madame Bonheur.’

‘Heb je misschien een foto van haar?’

Claire aarzelt heel even, maar bedenkt dan dat de foto die zij van madame Bonheur heeft van haarzelf is en niet van het hotel.

‘Ja die heb ik wel.’

‘Kun je die mij sturen via WhatsApp? Dan weten we snel genoeg of we het over dezelfde dame hebben.’

Claire voert het nummer van Madeleine in en bladert snel door haar foto’s. Ze selecteert er twee die gemaakt zijn tijdens hun laatste etentje. Gespannen verstuurt ze het bericht naar Madeleine. Ze hoort het geluid van een binnenkomend bericht aan de andere kant van de lijn en voelt haar hart in haar keel kloppen.

‘Wat een heerlijk plekje zeg!’ is het eerste dat Madeleine zegt. Claire kan haar wel door de telefoon trekken.

‘Maar…’ begint ze haar vraag.

‘Ja dat is Elisabeth, geen twijfel mogelijk.’

Claire weet niet hoe ze het heeft. Haar opluchting dat ze bekenden van madame Bonheur gevonden heeft strijdt met het gevoel dat ze hen het verdrietige nieuws moet brengen dat mevrouw overleden is. Ze hoort Madeleine ondertussen weer praten met Filou. Het gesprek klinkt geanimeerd.

‘Ah oui, ik vraag het haar direct. Maar Claire, waar is Elisabeth dan nu? Weet je dat ook? En waarom die naam Bonheur? We staan voor een raadsel hier. Schrijven jullie vaker gasten in onder een andere naam?’

Claire haalt diep adem.

‘Ik weet niet goed hoe ik dit moet zeggen. Maar madame Bonheur, pardon ik bedoel natuurlijk mevrouw Lafeber, is … ze is … al bijna drie weken geleden overleden.’

Het blijft doodstil aan de andere kant van de lijn. Claire probeert zich voor te stellen hoe het moet zijn om dit nieuws te krijgen. Het lukt haar niet. Dan hoort ze Filou huilen.

‘Madeleine?’

‘Pardon, ik bel je straks terug.’

Zonder verder nog iets te zeggen hangt Madeleine op. Claire blijft verdwaasd zitten, met de hoorn nog in haar hand.


Een uur later krijgt ze een WhatsApp-bericht van Madeleine.

‘Sorry, ik moest eerst Filou troosten. Als je 81 bent, weet je dat je geen tig jaar meer hebt, maar dit kwam heel onverwachts. Kan ik je bellen?’

‘Uiteraard. Wanneer je maar wil. Hopelijk gaat het een beetje met mevrouw Filou.’

Het bericht is nog maar nauwelijks verzonden of Madeleine belt al.

‘Dit had ik niet verwacht toen ik vanochtend bij Filou naar binnen stapte,’ begint Madeleine het gesprek. Claire hoort een heleboel geluiden op de achtergrond, alsof Madeleine onderweg is.

‘Hopelijk kun je me verstaan, ik ben op weg naar mijn werk in Café Les Rosiers. Daar heb ik Filou en Elisabeth ook ontmoet, ze komen er iedere week. Maar voor ik verder begin te ratelen, kun je me iets meer vertellen?’

Claire vertelt Madeleine hoe ze madame Bonheur gevonden heeft en wat er daarna allemaal gebeurd is.

‘Omdat er geen familie bereikt kon worden, is ze uiteindelijk hier in Den Haag begraven. Ik was erbij. Met een paar collega’s van het hotel. Madame was erg geliefd.’

Alleen aan het voortdurende geraas van verkeer kan Claire horen dat er nog iemand aan de andere kant van de lijn is. Ze besluit maar verder te vertellen en niet te wachten op een reactie van Madeleine.

‘Ik ehm, was van plan om naar Parijs te komen. Om zelf onderzoek te gaan doen. De Nederlandse politie heeft het onderzoek gesloten. Denkt u dat Filou mij wil ontmoeten? Ik heb nog zo veel vragen.’

‘Ik ook, kan ik je zeggen,’ meldt Madeleine zich eindelijk weer. ‘Het is heel moeilijk te bevatten allemaal. Ik vraag me zelfs af of Filou weet hoe dit zit. Ze keek verbaasd en ze bleef maar zeggen dat het niet kon kloppen. Ze heeft een paar keer naar de foto gekeken en leek zich dan pas weer te realiseren dat het echt om Elisabeth ging.’

‘Is ze alleen nu?’

‘Nee er kwam iemand lunchen. Maar om terug te komen op je vraag, ik weet zeker dat Filou je wil ontmoeten. Je moet haar het hele verhaal vertellen. Door de telefoon wordt dat lastig. Wanneer kom je?’

Claire aarzelt. Haar ticket is voor morgen, maar ze wil zelf eerst nog even rustig ronddwalen door de stad waar zo veel herinneringen liggen.

‘Dinsdag,’ zegt ze, met het gevoel dat het een leugentje om bestwil is.

‘Ik zal Filou vragen of ze je dan wil ontvangen. Dat app ik je nog, maar dat wordt waarschijnlijk morgen pas. Mijn dienst begint over een paar minuten en duurt tot sluitingstijd. Maar misschien komt ze nog hier langs. Hoe dan ook hoor je van me.’

‘Fijn. En ik heb geen retourticket geboekt, dus mocht ze me pas later willen zien dan is dat ook geen probleem. Mijn agenda is leeg.’

‘Ik heb dinsdag volgens mij ochtend- en middagdienst. Dus als je nou rond l’apéro  bij Les Rosiers bent, zeg half zes.’

‘Fijn, ik ben er meld ik me dan in ieder geval.’

‘Dan ga ik nu rennen. Voor ik weer eens te laat ben.’

Madeleine wacht zelfs niet meer op de afsluitende groet van Claire voor ze de verbinding verbreekt.


© Astrid Habraken – alle rechten voorbehouden. Madame Bonheur – een Haagse roman verschijnt in 2023 in eerste versie in feuilletonvorm. Iedere aflevering is gecorrigeerd, schrijf- en tikfouten voorbehouden. In 2024 zal een complete, waar nodig herschreven versie verschijnen in boekvorm. Fysiek, dan wel als e-book.

0 reacties

Geef een reactie

%d