Aflevering 26, 28 juli 2023

De volgende ochtend wordt Elisabeth misselijk wakker. Het lukt haar nog om net op tijd om de badkamer te halen, waar ze overgeeft in de wasbak. Ze is nog bezig zich op te frissen als ze Gérard op de deur hoort kloppen en haar naam hoort zeggen.

‘Moment, ik kom er aan.’ Maar ze heeft het nog niet gezegd of ze moet opnieuw overgeven. Plots voelt ze een koele hand op haar rug en houdt Gérard haar haren uit haar gezicht. Zijn aanwezigheid kalmeert haar en tegelijkertijd schaamt ze zich. Ze ziet er vast niet heel aantrekkelijk uit nu.

‘Gaat het een beetje?’ Gérard kijkt haar bezorgd aan. Elisabeth spoelt haar mond, de misselijkheid wordt inmiddels wat minder. Ze knikt.

‘Vast iets verkeerd gegeten.’

‘Of de spanning. O liefste het spijt me zo dat ik moet gaan. Ik had me de start van ons leven hier zo anders voorgesteld. Een mooi jaar in Bordeaux, jij aan het werk bij de Jumelets en ik aan de universiteit. Samen de stad verkennen, af en toe wat bijspringen op de wijngaard.’

Elisabeth loopt terug naar bed en gaat zitten. Ze haalt eens diep adem.

‘Als je toch terug wil naar Nederland, naar je familie, dan snap ik dat helemaal.’

‘Ik denk er niet aan Gérard. Ik zie tante al staan, of beter gezegd, ik hoor haar al zeggen: ‘Ik zei toch dat je beter naar de universiteit had kunnen gaan, hier in Nederland.’ Dat nooit. Zoals je gisteren al zei, een jaar is zo voorbij. En dan ben ik bijna 21, kan ik me bekeren en kunnen we trouwen. Dan begint ons leven hier pas echt.’

Gérard komt naast haar zitten en trekt haar tegen zich aan.

‘Ik geloof nooit dat je tante zo zou reageren. Je moet het haar niet kwalijk nemen, ze wil je gewoon beschermen.’

‘Dat is nergens voor nodig. Ik weet heel goed wat ik wil, ik loop niet in zeven sloten tegelijk. En…’ maar voor Elisabeth haar zin af kan maken, staat ze snel op en rent naar de badkamer, waar ze nogmaals overgeeft.


Twee uur later loopt Elisabeth opgefrist de keuken in, waar ze Isabeau achter het fornuis vindt.

‘Ach meisje, hoe voel je je nu? Zal ik thee voor je zetten? En waarom ben je in je werkkleren, je wilt toch niet gaan plukken nu?’ Isabeau kijkt haar bezorgd aan.

‘Ik voel me weer helemaal prima, dus in bed blijven is nergens voor nodig. En dan kan ik maar beter gaan plukken toch? Want er mag geen druif verloren gaan.’

Isabeau lacht om Elisabeths imitatie van Dorothee.

‘Bovendien wil ik de laatste dagen plukken met Gérard niet missen. Ik neem tenminste aan dat hij in de wijngaard is?’

‘Nee meisje. Hij is naar Bordeaux, naar Julien. Om te bespreken wat zijn plannen waren, zodat Gérard goed voorbereid is. Hij zou rond het avondeten uiterlijk terug zijn.’

‘Dan ga ik maar kijken waar een plukker nodig is in de wijngaard. Hier binnen gaan treuren heeft ook geen zin. Ik moet er toch aan wennen dat hij er niet is.’ Elisabeth staat op en wenste dat ze zich zo daadkrachtig voelde als haar woorden doen vermoeden. Als Isabeau haar omhelst, moet ze moeite doen niet te gaan huilen.

‘Weet je zeker dat je niet liever naar je tante gaat lieverd? Is het niet fijner om in je eigen vertrouwde omgeving te zijn nu Gérard er het komende jaar niet is? Niet dat ik je weg wil hebben, integendeel.’

‘Nee Isa. Ik wil liever hier zijn. Wennen aan Bordeaux, me onderdompelen in het Franse leven, de katholieke tradities leren. Mijn tante begrijpt mijn liefde voor Gérard niet, dat is me wel duidelijk. Als ze dat wel zou begrijpen, had ze wel toestemming gegeven om nu al te trouwen. Zodat ik mee kon naar Australië. Misschien hoopte ze wel dat ik terug zou komen, zodat ze mij het huwelijk met Gérard uit mijn hoofd kan praten. Maar dat gaat niet gebeuren. En wat heb ik buiten mijn oom en tante in Den Haag? Geen werk in ieder geval, en dat heb ik hier wel. Ik ga naar buiten, dat zal me goed doen.’

‘Ga lieverd. Maar veroordeel je tante niet te snel. Uit wat Gérard en jij hebben verteld, komt ze over als een lieve vrouw die jou ziet als haar dochter. Ik snap wel dat ze niet wil dat je halsoverkop naar Australië vertrekt. Ik vind het zelf ook vreselijk om Gérard te zien gaan, ook al gaat hij weg om de toekomst van de wijngaard veilig te stellen. Een plek waar ik nooit weg zou willen.’

De laatste week samen met Gérard op de wijngaard gaat veel te snel voorbij. Ze plukken nog een aantal dagen samen, brengen zoveel mogelijk avonden door op hun favoriete plekje tussen de wijnranken en praten veel over wat ze allemaal gaan doen als hij weer terug is.

‘Schrijf je me elke dag?’

Gérard lacht. ‘Elke dag is wel veel liefste. Zoveel zal er ook niet gebeuren de eerste zes weken op zee.’

‘Ik wil alles weten over de reis. Over de havens waar jullie aanleggen, het eten aan boord, hoe je de dagen doorkomt. En natuurlijk de eerste indruk van Australië! Geen details overslaan, ik wil alles weten.’

‘Alleen als jij me ook alles vertelt over je werk bij de familie Jumelet en als je regelmatig maman opzoekt.’

‘Dan moet je Dorothee wel vragen om me ook regelmatig te komen halen. Zonder auto is het lastig om hier te komen vanuit Bordeaux. Ik moet snel leren autorijden. Zodat ik niet afhankelijk ben van Dorothees grillen.’

Gérard is even stil.

‘Ik wil het toch nog een keer zeggen liefste, ook al weet ik dat je het lastig vindt om te horen. Dorothee is niet makkelijk, ik weet het. Maar ze is er echt niet op uit om jou weg te krijgen. Als Julien weer thuis is, wordt ze vast iets zachter. Geef haar een kans. En nu ik toch aan het adviseren ben, geef je tante ook nog een kans. Schrijf haar. Ga langs als de Jumelets je kunnen missen.’

‘Hmm… wie weet, over een tijd. Maar nu wil ik nog even genieten van jou, van je aanwezigheid. Dus houd je mond en kus me, nu het nog kan.’

Om het afscheid zo lang mogelijk uit te stellen, reist Elisabeth mee naar Parijs, waar Gérard begint aan de reis van zes weken naar Australië. Ze vertrekken een dag eerder, zodat Gérard de afvaart van het schip zeker niet zal missen. Dorothee wilde ze wegbrengen met de auto, maar dat zag Elisabeth helemaal niet zitten.

‘Laten we samen een avond genieten van alles wat Parijs te bieden heeft, voor je vertrekt. Daar hebben we haar niet bij nodig. Met de trein zijn we er ook zo.’

‘Vind je het niet erg om dan alleen terug te moeten?’

Resoluut schudt Elisabeth van nee.

‘Maar ik vraag wel of Dorothee me op komt halen als ik terug kom. Anders denk ik dat ze me in Bordeaux laat staan en dat ik zelf mag uitzoeken hoe ik weer op de wijngaard terecht kom.’

Na het afscheid van Isabeau op de wijngaard, brengt Dorothee Gérard en Elisabeth het station in Bordeaux.

‘Zorg je goed voor Julien en Isabeau? En ben je een beetje lief voor Elisabeth?’

‘Ik ga mijn best doen Gérard. Ik zal je schrijven over de zaken op de wijngaard. Laat jij weten hoe het daar gaat?’ Dorothee omhelst hem kort en doet dan weer een stap naar achter.

‘Ik zorg dat ik je morgenavond hier ophaal Elisabeth. Wees maar niet bezorgd, ik wacht. Ook als de trein vertraagd is. Wat ik ook van je denk, ik waardeer het dat je Gérard laat gaan. Dat is niet makkelijk.’

Elisabeth weet niet wat ze moet zeggen. Dorothee zegt het vast om Gérard gerust te stellen, maar toch klinkt er ook iets van warmte in haar stem. Ze besluit er nu niet over na te denken, te genieten van de uren die ze nog heeft met Gérard.

Na veel praten en nadenken, heeft ze hem weten te overtuigen nog een keer samen een hotelkamer te delen, te doen alsof ze getrouwd zijn. In het hotel in Parijs zorgt dat niet voor achterdochtige blikken, zoals eerder in Bordeaux. Nadat ze zich in het hotel hebben geïnstalleerd, besluiten ze samen de stad te gaan verkennen. Na een paar uur rondwandelen en het bekijken van alle highlights, neemt Gérard haar mee naar een restaurant in de buurt van de Sacré-Coeur, waar ze genieten van een heerlijk diner en vooral van elkaars gezelschap.


Hand in hand lopen ze terug naar het hotel.

‘Precies zo had ik me voorgesteld hoe het zou zijn om jou Parijs te laten zien lieve Elisabeth. Alleen dan een heleboel dagen achter elkaar. Dan zou jij me de plekken laten zien waar je ooit met je vader en moeder was. Onze huwelijksreis gaat zeker beginnen in Parijs. Als jij dat ook wil tenminste?’

‘Niets liever Gérard. Met de herinnering aan deze avond ga ik alvast dromen van onze huwelijksreis.’

Eenmaal aangekomen in hun hotelkamer, kijkt Elisabeth vragend naar Gérard. Heel even aarzelt hij, maar dan neemt hij haar in zijn armen en kust haar. Die avond genieten ze zonder remmingen en zonder zorgen van elkaar.

De volgende ochtend wordt Elisabeth in alle vroegte opnieuw misselijk wakker.

‘Je leeft nu al mee met mijn zeeziekte’, grapt Gérard.

‘Het is vast het naderende afscheid waar ik ziek van ben. Of de vis van gisteren.’

‘Dan zou ik het ook hebben liefste. Als dit niet snel voorbij gaat als ik weg ben, ga je dan wel naar de dokter? De laatste week heb ik je regelmatig naar de badkamer zien rennen.’

Hij heeft het nog niet gezegd, of Elisabeth rent opnieuw naar de badkamer. Gérard komt achter haar aan en houdt opnieuw haar haren omhoog. Elisabeth rilt, ze hoopt maar dat het snel voorbij is. Anders wordt het een lange treinreis terug naar Bordeaux.

‘Ga anders nog even liggen. Je kunt zo niet uren op de kade gaan staan om te wachten tot het schip wegvaart. Slaap nog wat en ga dan naar het station. Doe het rustig aan.’

Het huilen staat Elisabeth nader dan het lachen, maar ze moet Gérard gelijk geven. Als hij zich heeft opgefrist en aangekleed, nemen ze afscheid.

‘Maak er iets van lieve Elisabeth. En schrijf me, niet alleen over de mooie dingen, ook over de moeilijke dingen. Beloof je dat?’

‘Ik beloof het. Als jij hetzelfde doet!’

Na nog een laatste kus vertrekt Gérard.


Twee uur laten wordt Elisabeth wakker met een wee gevoel in haar maag. Ze heeft honger, wat niet vreemd is aangezien ze veel van het diner van gisterenavond inmiddels uitgespuugd heeft. Ze kijkt op de klok. Als ze zich snel opfrist en haar spullen verzamelt, is er nog tijd voor een vroege lunch in de stad voor haar trein vertrekt.

Nadat ze zich heeft opgefrist en aangekleed, pakt ze haar koffer in en gaat naar de receptie. Daar vraagt ze een tip voor een plek om te ontbijten.

‘Gaat u naar Café Les Rosiers madame. Daar hebben ze de beste croissants. En het is een prachtige plek om te genieten van voorbijgangers.’

Elisabeth laat de vriendelijke receptionist uitleggen hoe ze moet lopen. Een half uurtje later zit ze op het terras van Les Rosiers, genietend van de zon in haar gezicht. Als de ober de door haar bestelde koffie en croissants brengt, kijkt ze even op haar horloge. Gérard zal nu op het schip zijn, de hut hebben verkend en wachten op het vertrek van de boot. Ineens lijkt de zon minder hard te schijnen. Ze laat de ober de croissants inpakken en vertrekt naar het station.

De treinreis naar Bordeaux lijkt eindeloos te duren. Zonder Gérard om mee te praten lijkt de tijd langzamer voorbij te gaan. Ergens is Elisabeth daar ook wel blij om. Ze kijkt nog niet uit naar de autorit met Dorothee. Al verlangt ze er wel naar bij Isabeau te zijn, zich in haar armen te storten en te laten troosten.

Eenmaal in Bordeaux staat Dorothee haar inderdaad al op te wachten.

‘Hoe was het afscheid?’

‘Kort. Ik voelde me vanochtend weer niet lekker, dus Gérard is alleen naar de boot gegaan. Misschien was dat ook maar beter.’

‘Je ziet er nu ook moe uit. Voel je je wel goed?’

‘Na een paar uurtjes voelde ik me weer prima. Maar het was een lange reis.’

‘Was dat eerder ook al niet zo, dat je je na een paar uur beter voelde?’

Elisabeth ergert zich aan de nieuwsgierige vragen van Dorothee. Waar bemoeit ze zich mee?

‘Het zal de stress wel zijn.’

Dorothee reageert niet meer. Eindelijke stilte! Als ze bijna bij de wijngaard zijn, zet Dorothee de auto aan de kant. Ze kijkt Elisabeth aan met een blik die ze niet meteen kan duiden.

‘Misschien denk je dat dit mij niets aangaat, maar nu Gérard er niet is en hij je niet kan helpen, moet ik dit toch vragen. Kan het zijn dat je zwanger bent?’

Elisabeth slikt. Zwanger?

‘Je maakt mij niet wijs dat jullie nog niet samen geslapen hebben, daarvoor heb ik jullie te vaak bijna betrapt. Wanneer heb je voor het laatst je maandelijkse bloeding gehad?’

Elisabeth moet hard nadenken. Is dat nog gebeurd sinds ze hier was?

‘Kom op, dit is niet het moment om verlegen te zijn. Vertel het maar. Je bent ’s ochtends misselijk en voelt je daarna weer prima. Je bent moe en je ziet bleek. Dus zeg het maar.’

‘Ik eh… ik kan me niet herinneren dat ik hier een bloeding heb gehad. Maar we…’ Elisabeth slikt. ‘We hebben het maar een keer gedaan. Nou ja, tot gisternacht dan. Dat kan toch niet?’

Dorothee schudt haar hoofd.

‘Ik wist het. Die domme Gérard. Waarom kon hij zich nou niet inhouden? Mij opzadelen met dit.’

‘Dorothee, het kan toch niet? De eerste keer?’

Dorothee lacht, maar op een valse manier.

‘Als de duivel erbij betrokken raakt, kan er heel veel. Julien en ik hebben het jarenlang geprobeerd, maar niets. En jullie… Of was het meer dan een keer?’

Elisabeth is zacht aan het huilen, ze schudt van nee.

‘Zeg niets tegen Isabeau, begrijp je? Laat me nadenken hoe we dit kunnen oplossen. Ongetrouwd en zwanger, erger dan dit kan het eigenlijk niet.’

De komende drie weken is Madame Bonheur met vakantie ~de volgende aflevering verschijnt op 25 augustus.


© Astrid Habraken – alle rechten voorbehouden. Madame Bonheur – een Haagse roman verschijnt in 2023 in eerste versie in feuilletonvorm. Iedere aflevering is gecorrigeerd, schrijf- en tikfouten voorbehouden. In 2024 zal een complete, waar nodig herschreven versie verschijnen in boekvorm. Fysiek, dan wel als e-book.

0 reacties

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: