Aflevering 21, 16 juni 2023

Feuilleton Madame Bonheur aflevering 21

Aflevering 21

Waarin Elisabeth voor het eerst op de wijngaard komt en haar toekomstige schoonmoeder ontmoet.

Als Elisabeth wakker wordt, tast ze naast zich, op zoek naar Gérard. Zijn helft van het bed is leeg en voelt koud aan. Als ze zich opricht, voelt ze een steek in haar onderbuik. Ze kreunt.

‘Heb ik je pijn gedaan?’ klinkt het bezorgd uit een van de hoeken van de kamer.

Ze glimlacht. Pijn – ja het deed wel even pijn toen hij bij haar binnendrong. Maar ze herinnert zich vooral het warme gevoel van zijn huid op die van haar. Zijn mond op haar tepels en zijn handen onder haar billen.

‘Een volgende keer is het vast nog fijner,’ zegt ze, terwijl ze hem aankijkt en haar armen naar hem uitstrekt.

‘Dit mag echt niet meer gebeuren liefste Elisabeth. Niet tot we getrouwd zijn. Ik weet nu al niet hoe ik dit aan Sophia moet vertellen.’

‘Doe niet zo gek, natuurlijk gaan we haar dit niet vertellen! Als we voorzichtig zijn, dan hoeft niemand dit toch te merken? Dan kunnen we het best nog eens doen, ook voor we trouwen. Wie kan daar nou wat op tegen hebben? We houden toch van elkaar!’

Gérard komt niet dichterbij. Vanaf de tafel kijkt hij haar met een donkere blik aan.

‘Als je het niet wil vertellen, dan doen we dat natuurlijk niet. Maar echt liefste, voor we getrouwd zijn…’

Hij haalt zijn schouders op. ‘We zullen zien’, denkt Elisabeth. Er komt vast snel een volgend moment om te verkennen of die tweede keer inderdaad minder pijn doet.

‘Wil je nog in bad? Ik wil eigenlijk graag zo snel mogelijk naar het ziekenhuis, horen hoe Julien de nacht is doorgekomen. En dan door naar mama. Hoe sneller we bij haar zijn, hoe prettiger ik het vind.’

Elisabeth stapt uit bed. Verbaasd kijkt ze naar de bloedvlek in de lakens. Ook haar benen zijn bevlekt. Gérard kijkt beschaamd de andere kant op.

‘Ga jij anders maar in bad en ontbijt wat. Dan ga ik alleen naar het ziekenhuis. Al dat bezoek is ook niet goed voor Julien. Dan haal ik je daarna hier wel op.’

Nog voor Elisabeth goed en wel antwoord heeft kunnen geven, heeft hij haar al op haar voorhoofd gekust en loopt de deur uit. Ze begrijpt het niet helemaal. Zo fout is het toch niet wat ze gedaan hebben? Of zou het voor hem niet fijn zijn geweest? Elisabeth zucht diep en besluit er nu niet verder over te piekeren. Voor Gérard is het gisteren ook een lange, emotionele dag geweest. Dat hij nu snel naar zijn moeder wil snapt ze ook heel goed. Waarom heeft hij haar niet gewoon wakker gemaakt, dan hadden ze samen naar het ziekenhuis gekund. Al vindt ze het niet erg om Dorothee niet nu onder ogen te hoeven komen. Misschien zou die wel door haar heen kijken, doorhebben wat ze gisteravond gedaan hebben. Elisabeth rilt bij dat idee en besluit snel in bad te gaan. In haar koffer zoekt ze naar een schone jurk, zodat haar schoonmoeder niets kan zeggen over haar uiterlijk of haar stoffige kleding.

Als Gérard anderhalf uur later terug is, kijkt hij al iets minder bezorgd. Zodra ze hem ziet, staat Elisabeth op van de bank in de receptie waar ze hem op zit te wachten. Hij lacht voorzichtig als hij haar op zich toe ziet snellen.

‘Hoe is het met Julien, hoe is hij de nacht doorgekomen?’

‘Hij heeft rustig geslapen en volgens de artsen is dat een goed teken. Hij is nog niet uit de gevarenzone, maar er is wel hoop. Meer dan in de afgelopen dagen, als ik Dorothee goed heb begrepen. Ze heeft gevraagd of ik thuis wat spullen voor haar wil halen, zodat ze nog een paar dagen bij Julien kan blijven. Kun jij straks helpen om dat uit te zoeken?’

‘Natuurlijk liefste. En wat fijn dat Julien goed heeft geslapen. Dan had de dokter toch gelijk, dat Dorothees aanwezigheid hem rustiger zou maken.’ Elisabeth kan zich er zelf niets bij voorstellen, zij wordt al rusteloos als ze alleen al denkt aan de strenge blikken van haar schoonzus.

‘Laten we gaan. Mama is niet alleen, maar volgens Dorothee was ze wel de wanhoop nabij. Hoe eerder we bij haar zijn, hoe beter. We nemen de auto van Julien en Dorothee, dat is het snelste.’


Ondanks alles wat er is gebeurd, geniet Elisabeth van de autorit van Bordeaux naar Saint-Emilion. Overal ziet ze wijngaarden waar volop gewerkt wordt. Ze denkt aan wat Dorothee zei, over de voorbereidingen op de oogst. Zou het tijdens de oogst nog drukker zijn op de velden? Ze gaat het snel genoeg zien. Af en toe wijst Gérard naar een veld en vertelt over de eigenaar en zijn stijl van wijn maken. Het duizelt Elisabeth. Ze heeft nooit geweten dat er zoveel verschillen kunnen zijn tussen twee flessen wijn die een paar honderd meter van elkaar gevuld zijn.

Als ze de wijngaard van Gérards familie naderen, begint haar hart in haar keel te kloppen. Wat als haar schoonmoeder net zo kil reageert als Dorothee? Misschien gaat Gérard dan wel twijfelen! Moet ze niet even in de auto wachten, hem eerst naar binnen laten gaan? Maar zodra Gérard de auto het terrein voor het huis oprijdt, ziet Elisabeth iemand opstaan en naar de auto toe lopen. Dat kan niemand anders zijn dan zijn moeder. Even blijven zitten en moeder en zoon een moment samen gunnen zal dus niet lukken.

Als Gérard de sleutel omdraait en daarmee de motor uitzet, opent zijn moeder het portier van Elisabeth. Ze kijkt in een paar bruine ogen dat zo lijkt op die van Gérard en waar zoveel verdriet uit spreekt, dat Elisabeth niet anders kan dan uit de auto stappen en de vrouw die voor haar staat direct omarmen. Zonder nog na te denken of dat wel gepast is.

‘Bonjour ma chérie, ik ben zo blij dat je met Gérard mee bent gekomen. Het afgelopen jaar had hij het moeilijk, zonder zijn geliefde hier. Wat fijn dat je nu hier bent. Ik ben Isabeau, of Isa zoals Gérard me vaak noemt.’

Elisabeth moet heel goed luisteren, want de woorden worden bijna gefluisterd. Als ze loslaat en Gérards moeder weer aankijkt, ziet ze de tranen in de ogen van de tengere dame. Want een dame kan ze haar wel noemen, zo netjes verzorgd ziet ze er ondanks alles uit.

‘Mama hoe gaat het met je?’ Gérard staat inmiddels naast haar, met zijn arm om haar heen.

‘Ach jongen. Nog een echtgenoot begraven. Ik geloof dat ik het nog niet allemaal kan bevatten. Ik ben blij dat jullie er nu zijn, dat ik me niet meer groot hoef te houden voor de buren en de zus van Dorothee. Een best mens, maar al net zo vroom als Dorothee zelf. Als ik nog een keer hoor dat God een plan voor ons allemaal heeft, zet ik haar het huis uit!’

Naast zich hoort Elisabeth Gérard een geluid maken dat klinkt als een gesmoorde lach. Ze is niet de enige die de woorden van zijn moeder amusant vindt.

‘Ja ik weet het’, gaat die verder, ‘ze bedoelt het goed. Maar wat kan de bedoeling zijn van het op hol laten slaan van een paard? Dorothee heeft direct opgedragen het paard af te maken, wist je dat? Alsof we Pierre daarmee terugkrijgen.’ En dan breekt ze en zakt op de grond. Elisabeth heeft nog nooit iemand zo hartverscheurend horen huilen. Ze gaat naast haar zitten en de vrouw kruipt bijna in haar armen. Hulpeloos kijkt ze op naar Gérard, maar ook die is nu in tranen.

‘Huil maar mama, het is ook allemaal vreselijk oneerlijk’ blijft ze maar zeggen tegen de vrouw in haar armen.

Twee uur later zitten ze samen aan tafel in de gezellige keuken. Elisabeth heeft haar schoonmoeder zo goed mogelijk getroost en geprobeerd tot rust te brengen. Ze bleef maar huilen, alsof ze gewacht had met huilen tot Gérard thuis was. Nu is ze wat tot rust gekomen.

‘De begrafenis is morgen al. Van de pastoor mochten we niet langer wachten. Denk je dat Dorothee er dan bij kan zijn Gérard?’ Dan kijkt zijn moeder geschrokken. ‘O hoe is het eigenlijk met Julien nu? Daar heb ik nog helemaal niet naar gevraagd.’

‘Dat is heel logisch mama. Hij heeft een goede nacht gehad. Het is nog te vroeg om te zeggen dat het echt de goede kant op gaat, maar de artsen waren vanochtend positiever dan gisteren. Ik moet er straks nog heen, schone kleding brengen. Dan zal ik ook vragen wat Dorothee morgen wil. Misschien kan haar zus wel bij Julien blijven, dat er toch iemand bij hem is. Hoe laat is de begrafenis?’

‘Om vier uur. Dorothee kan ook morgen nog beslissen natuurlijk.’

De rest van de dag vliegt voorbij. Terwijl Gérard met een tas vol kleding terug rijdt naar Bordeaux, blijft Elisabeth bij haar schoonmoeder. Die neemt haar mee op een ronde over de wijngaard, die veel groter is dan Elisabeth had verwacht.

‘We hebben een relatief kleine wijngaard chérie, daarom zijn we ook redelijk kwetsbaar. Gelukkig hebben we goede banden met de kerk, dankzij Dorothee. Daardoor hebben we een klant die betrouwbaar is en een groot deel van onze voorraad opkoopt. Voor de missen. Tenminste, dat zeggen ze. Kom, dan laat ik je jouw kamer zien. Die is vlak bij die van Gérard, dat leek me wel zo prettig.’

‘Twee kamers dus,’ denkt Elisabeth. Hopelijk kunnen ze onopgemerkt van de ene naar de andere kamer lopen. Wie weet kunnen ze wel iedere avond samen slapen en kan ze in de ochtend naar haar eigen kamer sluipen.

Gérard is pas laat terug die avond. Gelukkig is Julien verder vooruit gegaan.

‘De artsen zijn voorzichtig positief. Alleen is hij wel vanaf zijn onderrug verlamd, dus als hij het ziekenhuis uit mag, zal dat in een rolstoel zijn. Dorothee begon meteen over zijn reis naar Australië en de oogst die nu niet binnen gehaald kan worden. Ze heeft me al ingepland voor allebei.’

‘Australië?’ Elisabeths ogen beginnen te glanzen. Zouden zij niet kunnen gaan?

‘Ja, een oom van Dorothee is daar dominee. Volgens hem is er veel behoefte aan kennis van de ervaren Franse wijnboeren. De Australische wijnbouw is in opkomst, maar veel kennis is er nog niet. Julien zou daar heen gaan, samen met Dorothee. Maar daar kan nu hoe dan ook geen sprake van zijn.’

‘Misschien dat wij dan kunnen gaan?’

Gérard maakt een afwerend gebaar.

‘Als ongetrouwd stel kunnen we echt die reis niet samen maken. Dat komt later wel, als we getrouwd zijn. Kom, ik breng je naar je kamer.’

Na een kuise zoen voor haar kamer, draait Gérard zich om en gaat zijn eigen kamer in. Ze hoort hoe hij de deur op slot draait. Geen nachtelijk bezoek dus, denkt ze, met een gevoel van teleurstelling. Zou hij het niet fijn vinden met haar?


© Astrid Habraken – alle rechten voorbehouden. Madame Bonheur – een Haagse roman verschijnt in 2023 in eerste versie in feuilletonvorm. Iedere aflevering is gecorrigeerd, schrijf- en tikfouten voorbehouden. In 2024 zal een complete, waar nodig herschreven versie verschijnen in boekvorm. Fysiek, dan wel als e-book.

0 reacties

Geef een reactie

%d