Aflevering 3 – 10 februari

Aflevering 3 van Madame Bonheur - het feuilleton

Vrijdag 17 augustus 2018

Op haar vrije ochtend gaat Claire erop uit om uitgebreid boodschappen te doen. Ze heeft een vast rondje door de hofstad, waar ze al haar hele leven woont, in hetzelfde huis aan de Heemskerckstraat. Althans, buiten de paar maanden dat ze in een studentenhuis heeft gewoond. Maar toen haar moeder ziek werd en de huurder van het onderhuis vertrok, werd Claire de nieuwe bewoner. Zo kon ze dicht bij haar ouders zijn.

Claire begint haar boodschappentocht met een wandeling naar Scheveningen, waar ze de visafslag bezoekt. Met de tram gaat ze terug richting centrum. Via de bakker en de groentewinkel komt ze uiteindelijk weer uit in haar eigen straat. Voor ze naar Maarten gaat, haar goede vriend en eigenaar van de wijnwinkel op de hoek, brengt ze eerst de boodschappen thuis. Ze verheugt zich al op het koken. Hopelijk heeft haar vader ook tijd om rustig met haar op het balkon te eten.

Als ze de wijnwinkel binnenstapt, begroet Maarten haar enthousiast.

‘Ha Claire, wat hoor ik nou? Een dode in jullie hotel, eentje met valse papieren nog wel? Jullie clientèle holt achteruit zeg. Hoogste tijd dat je bij mij komt werken!’

Normaal zou ze met een grapje reageren, maar nu er nog steeds niet bekend is waar madame Bonheur vandaan kwam en of dat eigenlijk wel haar naam is, kan Claire het grapje van haar goede vriend niet waarderen.

‘Een beetje respect graag,’ valt Claire uit, ‘die dode was toevallig een heel aardige oude dame.’

‘Toch niet madame Bonheur?’

Ze knikt en probeert zich te herpakken.

‘Oh nee, wat erg! Ga even zitten. Normaal zou ik zeggen neem een wijntje, daar is het wel erg vroeg voor, maar…’

‘It’s five o ‘clock somewhere … ‘

Maarten kijkt haar vragend aan.

‘Nee, om elf uur ’s ochtends aan de wijn gaat mij te ver. Heb je koffie?’

Hij knikt en verdwijnt achter in de wijnwinkel in het kleine keukentje. Ze hoort hem rommelen met de kopjes en in zichzelf praten. Niet veel later verschijnt hij weer, nu met twee koppen koffie.

‘Maar hoe zit het nou precies? Je moet toch toegeven dat het een intrigerend verhaal is?’

‘Nou hoe het precies zit, dat weet ik dus niet. Ik heb haar die zondagochtend gevonden, dood in de badkamer. Een hartaanval, dat is inmiddels duidelijk. De agent suggereerde dat haar paspoort vals zou zijn. Maar of het ook echt zo is … dat mag de politie niet zeggen. Het adres dat ze op heeft gegeven bestaat niet. Meer wilde de politie daar niet over zeggen, iets met privacy. Ik stel me voor dat de Franse politie in de straat van deur tot deur is gegaan met haar foto, maar dat niemand haar herkende. En met verkeerde gegevens is het natuurlijk lastig zoeken. Als ze na het weekend nog niets weten, wordt ze hier in Den Haag begraven. En weet je? Ik denk dat ze dat misschien wel op deze manier gewild heeft.’

‘Echt? Ver van huis en haard begraven worden? Waarom denk je dat?’

Ze haalt haar schouders op.

‘Nou voor de draad er mee. Dat zeg je niet zonder reden, ik ken je langer dan vandaag.’

Claire twijfelt even. De afgelopen dagen heeft ze nagedacht over alle keren dat madame Bonheur in het hotel is geweest. Alles wat ze heeft gezegd en heeft gedaan, hoe goed ze de stad kende en hoe ze vol vuur vertelde over vroeger, over haar kinderen. Maar eigenlijk nooit over haar man. Behalve als ze het had over de eerste keer in Les Aristocrats, hoe ze toen samen de stad hadden verkend. De twinkeling in haar ogen, na al die jaren. Ze weet zeker dat madame Bonheur toen gelukkig was. Ze kijkt Maarten aan en haalt diep adem.

‘Nou vooruit. Maar luister eerst naar het hele verhaal voor je commentaar geeft. Ik weet dat ze ieder jaar in precies dezelfde weken bij ons was. Altijd in dezelfde kamer. De enige foto van haar man die ik ooit heb gezien was vergeeld, die moet zeker vijftig jaar oud zijn geweest. Ze had hem altijd bij zich, maar dit keer niet. Ik denk dat hij jong overleden is en dat hij uit Den Haag kwam. Dat ze hem hier heeft leren kennen, dat zij vanuit Parijs hier heen kwam. En dat ze na hun huwelijk samen naar Parijs gingen. Misschien staat ze wel onder zijn naam in de administratie.’

‘Hm. Of is ze gewoon snel van hem gescheiden? Dat ze dat niet kon verwerken en bleef praten over hem?’

‘Daar heb ik ook aan gedacht. Maar iets in haar blik als ze over hem sprak … Op die manier praat je niet over iemand die je in de steek heeft gelaten. Haar ogen straalden als ze het over hem had. Ik kan het fout hebben natuurlijk. En dan is er natuurlijk ook nog de brief.’

‘De brief?’

‘Ja er is ook nog een brief die in haar kamer is gevonden. Daar stond niet veel meer in dan ‘hij is dood’ en dat ene Dorothee dacht dat ze dat wel wilde weten.’

‘Misschien had madame Bonheur een minnaar? Of nee, misschien is meneer Bonheur wel vermoord en is de brief het bewijs dat de moordenaar nu ook dood is!’

Claire schiet in de lach. Een moordmysterie, dat ontbrak er nog aan.

‘Er klopt nog meer niet hoor, aan mijn theorie. Want haar kinderen, ik denk dat de oudste een jaar of 55 is. Als meneer Bonheur echt jong is overleden, zoals ik denk, dan kunnen het dus niet zijn kinderen zijn. Maar waarom ze dan nooit over haar tweede man sprak …’

‘Misschien moet je er heen. Naar Parijs bedoel ik. Kun je zelf van deur naar deur gaan met die foto.’

‘Ja. Misschien wel.’

Maarten kijkt haar met open mond aan.

‘Kijk niet zo verbaasd. Je weet toch dat ik al jaren naar Parijs terug wil, de stad verder verkennen en dan doorreizen naar het Zuiden, wie weet daar blijven. Maar het kwam er nooit van vanwege mama. Ik wilde papa niet alleen laten, zo snel nadat mama er niet meer was. Maar nu …’

‘En Les Aristocrats dan? En ik, wie gaat er dan bijspringen bij de wijnproeverijen? Mijn kompaan worden als ik wil uitbreiden? Nee Claire, dit kun je niet menen hoor!’

Haar droom achterna van verhuizen naar Frankrijk, daar een nieuw leven opbouwen. Eigenlijk wilde ze dat pas doen nadat ze backpackend de wereld had verkend, maar daar vond ze zichzelf inmiddels te oud voor. Dat had ze willen doen meteen naar haar studie. Maar net voor ze haar opleiding afrondde, werd haar moeder ziek. En hoewel haar beide ouders vonden dat ze gewoon moest gaan, besloot ze haar plannen in de ijskast te zetten. Toen haar moeder na vier jaar ziekte overleed, vond ze dat ze haar vader niet alleen kon laten. Dat hij haar nauwelijks toeliet en steeds langer op kantoor bleef, sterkte haar eigenlijk in het idee dat ze niet weg kon gaan. Al had hij vrij snel duidelijk gemaakt dat ze vooral moest gaan. Dat ze moest gaan doen wat ze haar moeder beloofd had: de wereld zien. De laatste maanden was ze steeds vaker aan haar plan gaan denken. Ook omdat haar vader weer wat meer contact zocht met andere mensen. Misschien zou het juist wel goed voor hem zijn als zij niet steeds op hem zat te wachten. Zou hij zich vrijer voelen om weer wat vaker op pad te gaan, wie weet een andere vrouw te zoeken.

‘Hé, wat zit je te dromen? Je kunt je vader toch ook niet alleen achterlaten?’

Ze schiet in de lach.

‘Papa? Die is de eerste die zal zeggen dat ik moet gaan. Hij vindt dat ik al lang genoeg in Den Haag ben blijven hangen. Dat het de hoogste tijd is dat ik mijn eigen leven weer oppak. Soms denk ik ook dat ik hem te veel aan mama doe denken. Hij zei laatst nog dat ik steeds meer op haar ga lijken.’

‘Aan hem heb ik dus ook echt helemaal niets.’

‘Niet zo dramatisch zeg. Bekijk het van de positieve kant. Als ik naar Parijs verhuis, dan heb je altijd een logeeradres daar. Kun je van daaruit de Franse wijnboeren bezoeken. En wie weet wat ik daar allemaal ontdek aan leuke wijnboeren. Dan heb jij straks weer mooie nieuwe wijnen om over op te scheppen tegen je klanten. En over klanten gesproken …’

Maarten springt op om het echtpaar te helpen dat voor het schap met Spaanse wijnen staat. Claire kijkt zelf nog even bij de Franse wijnen. Vanavond maar eens met papa praten. Ze verwacht dat hij het wel redt zonder haar, maar wat als ze dat verkeerd inschat? Dan kan ze misschien beter later gaan. Of nu een lange vakantie nemen.

‘Kom je nog wel afscheid nemen, voor je vertrekt?’

Het echtpaar is al weer verdwenen en Maarten wendt zich weer tot haar.

‘Ik zie je in ieder geval zondag nog, zo snel vertrek ik nou ook weer niet. Of wil je die wijnproeverij helemaal zelf doen, om vast te wennen?’

Maarten lacht, maar niet van harte.

‘Trouwens, ik kan ook nog niet weg. Ik moet eerst mijn moeders aantekeningen vinden over madame Bonheur. Die moeten er zijn, dat kan niet anders.’

Niet veel later sluit Claire de winkeldeur achter zich en gaat naar huis, om verder te zoeken in haar moeders aantekeningenboekjes.


‘Ah dat ziet er goed uit zeg. Tip van Maarten?’

Haar vader wrijft in zijn handen bij het zien van de met aandacht gedekte tafel op het balkon. Hij opent de fles pouilly fuissé vakkundig en schenkt twee glazen in.

‘Nee Maarten was niet blij met me vandaag, dus ik moest de wijn maar zelf uitzoeken.’

‘Maarten niet blij met jou? Dat zal best meevallen. Heerlijke wijn lieverd. De kaasfondue smaakt er ook prima bij.’

‘Wil je niet weten wat er met Maarten was?’

‘Ik vermoed dat je me dat toch wel gaat vertellen. Heb je zijn hart nu definitief gebroken?’

‘In zekere zin.’

Haar vader kijkt haar van boven zijn wijnglas vragend aan.

‘Pap … Wat zou je ervan vinden als ik op zoek ging naar de familie van madame Bonheur? Jij gelooft toch ook niet dat ze een of andere ordinaire oplichtster was? Het laat me gewoon niet los. En ik wil al heel lang naar Parijs terug. Ik zeg niet dat ik meteen voor lange tijd ga hoor, maar nou ja, de droom is er nog steeds.’

‘Lieverd, al ging je er wonen. Het wordt de hoogste tijd dat jij gaat doen wat je zelf graag wil. Je hebt altijd naar Frankrijk gewild, dit lijkt me een mooi moment om uit te zoeken of het meer is dan alleen een droom.’

Ze kijkt haar vader onzeker aan. Ziet ze nou een traan in zijn ooghoek?

‘Ja natuurlijk ga ik je missen, zeker als je echt in Frankrijk zou gaan wonen. Maar de wereld is groter dan Den Haag. En ik weet hoe graag je terug wilt naar Parijs. Je moeder zou trots op je zijn. Wat zou ze vaak langskomen! Wie weet wel zo vaak dat ik zou denken ‘laten wij ook maar naar Parijs vertrekken.’ Dus ga! Los dat mysterie rond madame Bonheur op. Misschien wilde ze wel dat jij dat zou doen en heeft ze je daarom die ring gegeven.’

‘Of ze dat nou heeft bedacht, dat weet ik niet. Al denk ik wel dat ze aangevoeld heeft dat het misschien wel haar laatste verblijf bij ons zou zijn. Vreemd eigenlijk, ze wilde altijd nieuwe plekken verkennen en nu wilde ze alleen nog maar terug naar bekende plekken.’

‘Wie weet. Al had ze dan wel iets meer kunnen zeggen over haar wensen. Of wie je moest informeren over haar overlijden. Bepaald niet praktisch dit. Maar vertel eens, wat is je plan? En kun je eigenlijk wel vakantie nemen?’

‘Misschien stop ik wel bij Les Aristocrats. Het was nooit mijn bedoeling daar al die jaren te blijven hangen, maar met mama was het wel handig. Ik weet wel dat Dolf wil dat ik hem opvolg, maar wil ik dat wel? Is het niet vooral de makkelijke keuze?’

‘Als je zeker weet dat dit het moment is om te stoppen en op reis te gaan, dan sta ik achter je plan. Maar als je twijfelt, waarom neem je dan niet een paar maanden vrij? Je kunt later altijd nog een definitieve keuze maken.’

Claire knikt, haar vader heeft een punt. Je kunt wel meteen alles achter willen laten, maar wat als het leven in Frankrijk haar tegenvalt? Of wat als ze de familie van madame Bonheur niet kan vinden?

Haar vader neemt het laatste slokje wijn en staat op om hun traditionele kopje koffie na het eten te maken.

‘En vertel me nu dan maar eens wat je plan is. Ben je al op zoek gegaan naar de familie Bonheur? Jou kennende heb je inmiddels het internet uitgekamd en is er een hele digitale zoektocht opgestart. Heb je nog iets gevonden in mama’s aantekeningen?’

Claire zucht.

‘Dat klinkt niet best …’

‘Nee, dat is het ook niet. Ik heb nog maar weinig gevonden. Zoeken naar de naam Bonheur in Parijs levert nogal veel resultaten op. Maar niets dat me ook maar leidt naar het adres dat we van haar in de administratie hebben. En als ik die straat zie … dat is toch echt waar ik huis na huis op de naambordjes heb gekeken. Iets klopt er dus niet, maar wat? Ik heb geen flauw idee. En mama’s archief is zo groot, daar heb ik ook nog niets in gevonden. Mama was niet erg georganiseerd.’

Bij die opmerking schieten ze beiden in de lach. Claires moeder kon uren kwijt zijn aan het zoeken naar een boek of een foto. Dat gebeurde niet af en toe, maar wekelijks.

‘En er heeft niemand meer voor haar gebeld, naar het hotel bedoel ik?’

‘Er belde nooit iemand voor haar. Maar inmiddels zou ze al vier weken in Den Haag zijn geweest. Als ze eigenlijk alweer thuis zou moeten zijn, had er toch iemand moeten bellen waar ze bleef? Maar misschien ging ze na Den Haag nog wel ergens anders heen. Ze moet toch door iemand gemist worden?’

‘Je weet het niet lieverd. Als haar paspoort toch vals blijkt te zijn … Ja ik geloof het ook niet, zo’n keurige dame. Ik zie haar hier nog zitten, de laatste keer dat ze je moeder bezocht. Nippend van haar kopje thee. Ik wilde direct zelf ook met mijn pink omhoog thee drinken.’

Claire lacht bij het idee van haar lange vader met zijn grote handen, die ineens met de pink omhoog uit een sierlijk kopje thee drinkt. Die zomer was Claires moeder al erg zwak en kon ze zelf niet meer naar Les Aristocrats voor de high tea. Madame Bonheur was een paar keer bij hen thuis geweest. Ze hoort in gedachten  de dames nog praten over het Den Haag van vroeger.

‘Ik moet er niet aan denken trouwens, dat jij gebeld zou worden dat ik ben overleden ergens in een hotel. Arme kinderen. Wanneer wil je naar Parijs vertrekken? Ik denk dat je maar snel moet gaan.’

‘Ik vraag morgen mijn vakantie aan. Als het politieonderzoek afgerond is ga ik. O en papa, weet jij hoe madame Bonheur wist over de begrafenis van mama?’

Haar vader schudt zijn hoofd.

‘Misschien kun je dat nog vinden in die doos met alle spullen van de uitvaartondernemer. Daar moeten ook de adressen in zitten van de mensen die een rouwkaart kregen denk ik. Maar weet je, die dagen zijn in een waas aan mij voorbij gegaan.’

Claire ziet haar vader nog voor zich, net na het overlijden van haar moeder. Van de grote, statige man was weinig over. Ze moest hem bij alles helpen. Als ze nu naar hem kijkt, ziet ze nog altijd het verdriet in zijn ogen. Maar de kromme, gebogen rug is weg en hij staat weer fier in het leven. Ineens weet ze het zeker: voor haar vader hoeft ze hier niet langer te blijven.


© Astrid Habraken – alle rechten voorbehouden. Madame Bonheur – een Haagse roman verschijnt in 2023 in eerste versie in feuilletonvorm. Iedere aflevering is gecorrigeerd, schrijf- en tikfouten voorbehouden. In 2024 zal een complete, waar nodig herschreven versie verschijnen in boekvorm. Fysiek, dan wel als e-book.

1 Reactie

  1. Anneke van Esdonk

    Leest echt lekker! Benieuwd naar het vervolg!

    Antwoord

Geef een reactie

%d