Aflevering 39, 1 december 2023

Vijf dagen later heeft Elisabeth nog altijd niets gehoord van Julien of Dorothee. De eerste dag heeft ze Jeannes aanbod aangenomen om Bordeaux te verkennen, maar de dagen daarna wil ze het huis niet te lang verlaten. Bang als ze is om een bezoek van Dorothee te missen. Jeanne weet haar te overtuigen af en toe wel een wandeling te maken en niet alleen maar binnen te blijven zitten. Die dag besluit Elisabeth om Charlotte even op te zoeken. Het is een mooie wandeling naar het adres dat de zuster haar heeft gegeven. Verbaasd kijkt ze naar het gebouw, dat er helemaal niet uitziet als een klooster en waar ze zo naar binnen kan lopen. Ze vraagt een van de zusters naar Charlotte en die verwijst haar naar de tuin. ‘Dat had ik kunnen weten,’ denkt Elisabeth bij zichzelf. Ze vindt Charlotte op haar knieën in de tuin, haar handen zwart van de aarde.

Als ze Elisabeth ziet, staat Charlotte direct op en schudt de aarde zoveel mogelijk van haar handen. ‘Elisabeth, eindelijk! Heb je haar gesproken?’

Elisabeth schudt ontkennend haar hoofd. ‘Ze was naar Bordeaux, Julien was alleen thuis. Hij was verschrikkelijk mager. Ik ben blij dat ik al wist dat hij in het ziekenhuis heeft gelegen. Daardoor schrok ik wat minder van hoe hij eruit zag. Zo bleek en breekbaar. Ik heb hem wel alles verteld. Maar hij wist het ook niet, al vertelde hij dat hij weleens vermoed heeft dat Etienne niet zijn zoon is. Hij noemt haar Doortje, kun je het je voorstellen?’ Die lieve naam past helemaal niet bij het beeld dat Elisabeth inmiddels van haar heeft.

‘Hij moet vast veel van haar houden. Of blind zijn.’ Charlotte schrikt van haar eigen woorden en slaat haar hand voor haar mond.

Ondanks alles moet Elisabeth lachen. ‘Je bent niets veranderd Charlotte. Ook vroeger kon je al zo’n opmerking maken. Ik heb vaak aan je gedacht, en me afgevraagd of je in het klooster was gebleven. Je leek altijd anders dan de anderen, minder…’

‘Vroom? Gelovig? Dat klopte ook wel. Inmiddels heb ik mijn pad gevonden, mijn plek in de wereld. Daar heeft God me heen geleid. Zonder dwang. In mijn beeld van Hem is geen ruimte voor mensen dwingen. Nog steeds niet.’ Charlottes hand gaat naar het kruisje om haar nek.

‘Het is mooi hier. Rustig.’

‘De zusters hier zijn wereldser. Minder bidden, meer helpen. Dat past ook beter bij mij. Maar terug naar jou. Nu Julien ons aller Doortje gaat vragen om eindelijk de waarheid te vertellen, hoe gaat het nu verder?’

‘Ik weet het niet. Het is nu vijf dagen later en ik heb nog niets gehoord.’

‘Ga er heen.’

‘Maar…’

‘Niets maar. Hoe langer je wacht, hoe groter de kans dat Dorothee zich hier ook weer uit liegt. Dat moet je zien te voorkomen. Dus ga er heen. Als je nog niet weet wat je tegen Etienne wil zeggen, ga dan morgen vroeg, dan is hij vast naar school.’

‘Misschien komt Dorothee vandaag zelf wel.’

‘Wie weet. Maar beloof je me dat als ze dat niet doet, jij er morgen zelf heen gaat?’

Aarzelend knikt Elisabeth van ja.

Als ze die middag weer bij Jeanne is, bevestigt die de harde woorden van Charlotte over Dorothee.

‘Jij denkt nog aan haar als iemand die het allemaal niet zo kwaad bedoelde. Misschien heeft ze die kant ook wel. Maar ze is ook de vrouw die jouw kind heeft opgevoed. Die jou heeft laten denken dat hij dood is.’

‘Dat heeft zij niet gedaan. Dat was zuster Agnetha.’

‘Die heeft misschien het plan bedacht. Maar Dorothee is daar in meegegaan. En erger nog, toen je daar jaren geleden stond, heeft ze ter plekke bedacht dat je keek naar het kind van Gérard en zijn nieuwe liefde. Die vrouw is echt tot alles in staat. Geef haar niet de kans om Julien een verhaal op de mouw te spelden. Iemand die haar Doortje noemt, die is gek op haar. Die kan ze alles wijsmaken. Wat als ze vertrekken, zonder iets te laten weten?’ Elisabeth schrikt van de felheid van haar achternicht. Het is bijna alsof het over haar eigen kind gaat.

‘Sorry Elisabeth, dat ik zo reageer. Misschien weet je nog dat ik destijds al zei dat ik twijfelde aan de goddelijke interventie in jouw verhaal. Het is verschrikkelijk wat er allemaal gebeurt uit naam van een liefhebbende God. Op de universiteit heb ik al meerdere studentes zien verdwijnen, terug naar de rol van huismoeder. Alleen maar omdat ze zwanger waren, of hun moeder moesten vervangen. Omdat het zo hoort volgens de kerk. En dan nu jouw verhaal.’

‘Dat niet op zich staat. We weten niet hoeveel meisjes Agnetha nog meer heeft voorgelogen over hun doodgeboren kindjes.’ Het is voor het eerst dat Elisabeth het hardop zegt. Er is tegen haar gelogen. Op dat moment besluit ze morgenochtend naar Dorothee te gaan. Ze gaat niet langer afwachten, dat heeft ze lang genoeg gedaan.

De volgende ochtend is Elisabeth al vroeg uit bed. De hele nacht heeft ze liggen woelen. Iedere keer als ze net sliep, schrok ze wakker omdat ze dacht dat ze een baby hoorde huilen. Als ze eenmaal in de keuken is om koffie te zetten, hoort ze Jeanne ook op de gang. Ze denkt nog even terug aan waar ze het gisteravond over hadden. Elisabeth heeft veel verteld over haar ervaringen met gouvernantes, die regelmatig te maken krijgen met onredelijke wensen van de gezinnen waar ze voor werken. Jeanne had haar een mooi compliment gegeven. ‘Iemand moet voor jonge vrouwen opkomen. Ik ben blij dat jij dat van je tante hebt overgenomen. Nu nog voor jezelf op komen.’

‘Je bent er vroeg bij vanochtend. Heb je je nog bedacht?’ Jeanne had aangeboden mee te gaan naar Saint-Émilion, als ondersteuning.

‘Goedemorgen lieve Jeanne. Ik wil dit zelf doen. Maar het is fijn om te weten dat je hier op mij wacht. Misschien wil je vragen of Charlotte ook kan komen?’

‘Uiteraard.’

Als Elisabeth aankomt bij de wijngaard, valt haar de vreemde stilte op. Het lijkt of er geen zuchtje wind staat, er is geen enkel geluid te horen en er staan geen auto’s op de binnenplaats. Het zal toch niet… Snel parkeert ze haar auto en rent richting de ingang. ‘Dorothee? Julien?’ Haar stem klinkt hard door het doodstille huis. Als ze de keuken inloopt, ziet ze in plaats van de grote keukentafel een lage tafel, met daarop een kist. Het is alsof ze bevriest, ze staat meteen doodstil. Dan hoort ze voor het eerst geluid, dat hard klinkt in het stille huis. Het zijn stappen, er komt iemand aan. Elisabeth draait zich om, het komt van de trap die naar boven gaat. Ze ziet een vrouw, volledig in het zwart. Maar wie is ze?

‘Elisabeth.’ Het klinkt broos en verdrietig, maar Elisabeth herkent direct de stem van Dorothee.

‘Wat is er gebeurd?’ Van Elisabeths besluit om Dorothee direct naar antwoord te vragen is weinig over nu ze haar zo gebroken voor zich ziet.

Dorothee begint stil te huilen en gebaart haar mee te lopen naar de keuken. ‘Het is Julien. Zijn hart… O het is allemaal mijn schuld.’ Het stille huilen is overgaan in hard snikken en Elisabeth kan niet anders dan naar haar toegaan om haar te troosten. Dorothee probeert te praten, maar er komen vooral kreten uit. Daaruit maakt Elisabeth met moeite op dat Julien haar verteld heeft over Elisabeths komst en haar vragen.

‘Ik had het hem moeten vertellen. Dat Etienne niet van ons was. Maar Agnetha zei dat het beter was zo. Dat het minder vragen op zou roepen en dat het voor Julien makkelijker zou zijn om van een eigen zoon te houden.’ Dorothee maakt zich los uit de omhelzing van Elisabeth. Ze veegt haar tranen af aan haar trui. ‘Hij was zo boos en zo verdrietig. Alles is een leugen geweest riep hij me toe. Toen is hij met de rolstoel naar buiten gegaan, de wijngaard in. Hij schreeuwde dat ik hem niet mocht volgen. Dat heb ik uiteindelijk toch gedaan, toen hij maar wegbleef. En toen vond ik hem. Door en door koud.’ Dorothee is even stil. Elisabeth weet niet wat te zeggen. Haar ogen dwalen af naar de kist, waar het broze lichaam van Julien in moet liggen. Zou haar verhaal hem fataal zijn geworden?

‘Hij was nog bij bewustzijn toen ik hem vond. Ik heb hem gezworen dat ik jou zo snel mogelijk alles zou vertellen. Niet veel later is hij overleden. Volgens de dokter heeft zijn hart het begeven. Ik ga hem vandaag begraven. Ik wilde morgen naar je toekomen, dat moet je geloven.’ Dorothee haalt haar neus op en veegt haar tranen weg.

‘Ik moet helemaal niets’, wil Elisabeth haar toebijten. Maar als ze het intense verdriet van Dorothee ziet besluit ze dat in te slikken. Ze voelt aan alles dat ze de laatste eer aan Julien wil bewijzen. ‘Mag ik erbij zijn?’

‘Waarom?’ Ze ziet de angst bij Dorothee.

‘Je hoeft niet bang te zijn dat ik een scene ga schoppen, of dat ik Etienne zal aanspreken. Maar Julien is altijd zo vriendelijk voor me geweest. Toen ik hier was, hij bleef vragen hoe het voor mij was. Er kwam geen beschuldigend woord uit zijn mond. Ik heb hem nooit echt leren kennen, dat vind ik heel jammer.’

‘Goed dan. Kom morgen maar terug, dan praten we.’ Dorothee praat weer bijna even bits en dwingend als Elisabeth zich van vroeger herinnert. ‘En zorg dat je niet opvalt wil je?’ Dorothee draait zich weer naar de kist toe, pakt de bijbel die ernaast ligt en gaat weer op de stoel zitten.

Elisabeth voelt zich weggestuurd, alsof ze weer het jonge meisje is dat net voor het eerst de wijngaard heeft gezien. Ze kijkt nog een keer naar de kist en fluistert gedag naar Julien. Pas dan realiseert ze zich dat Dorothee niets over Gérard heeft gezegd. Zou hij nog in Australië zijn?

Er is geen tijd om terug te rijden naar Bordeaux en toch op tijd te zijn voor de begrafenis. In een winkel in Saint-Émilion koopt Elisabeth een grote, zwarte sjaal en een hoed. Als ze achterin de kerk gaat zitten, valt ze vast niet op. Dan ziet ook niemand dat ze niet ter communie gaat.

Ze zorgt dat ze ruim op tijd bij de kerk is en stelt zich verdekt op zodat ze de stoet kan observeren. Hoe hard ze het ook probeert, ze herkent niemand. Veel van de aanwezigen zullen ook wijnboeren zijn, maar die heeft ze vroeger misschien één of twee keer gezien. Als ze de rouwauto aan ziet komen, houdt ze haar adem in. Dorothee stapt uit en dan ziet ze hem. Etienne. Wat lijkt hij op Gérard! Ze kan zich met moeite inhouden om niet op hem af te rennen. Maar ze wil de jongen niet verder in verwarring brengen. Hij weet niet beter dan dat hij vandaag zijn vader moet begraven. Zestien is hij nu. Veel te jong om je vader te moeten missen. ‘Maar die hoeft hij niet te missen,’ bedenkt Elisabeth zich dan. ‘Wat hij ook van mij denkt, Gérard zal er voor zijn zoon willen zijn nu. Hoe zal hij reageren als hij niet op tijd was voor de begrafenis?’

Als Dorothee en Etienne de kerk in zijn gegaan, loopt ze voorzichtig naar de ingang van de kerk, die net als bij de begrafenis van Gérards stiefvader al die jaren geleden behoorlijk vol is. Ze weet ongezien een plekje te vinden in een van de achterste banken. Er hangt een indrukwekkende stilte. ‘Zijn deze mensen hier voor Dorothee of voor Julien?’ vraagt ze zich af. Opnieuw twijfelt ze of Dorothee echt zo doortrapt kan zijn als Jeanne en Charlotte denken. Ze denkt terug aan wat een van de pluksters lang geleden tegen haar zei, dat Dorothee en Julien een stralend stel waren voor zijn ongeluk, een voorbeeld voor veel anderen. Aan Julien die het had over Doortje. In haar oren klinkt nog het hartverscheurende gehuil van Dorothee van die ochtend.

‘Ik ben gegaan toen iedereen langs de kist mocht lopen, voor de kist naar de begraafplaats zou worden gebracht,’ besluit Elisabeth die avond haar verslag aan Jeanne en Charlotte. Die zitten er stil bij. ‘En wees maar niet bang, ik denk niet dat Julien het volgende slachtoffer is geworden van de vloek die op mij rust.’

‘Godzijdank.’ Charlotte slaat met het voor haar zo karakteristieke gebaar haar hand voor haar mond.

Jeanne begint te lachen. ‘Weet je zeker dat jij een zuster bent?’

‘Jeanne, dat kun je toch niet zeggen,’ roept Elisabeth uit. ‘Al vraag ik het me ook af’, denkt ze erachteraan.

‘Natuurlijk kan ze dat wel zeggen. Ik heb mijn eigen geloof in God. Maar dat is jou inmiddels welbekend Elisabeth. Het is begonnen als een verstandshuwelijk, maar we weten wat we aan elkaar hebben.’ Nu kan ook Elisabeth haar gezicht niet langer in de plooi houden. Als ze uitgelachen zijn, zucht ze diep.

‘Nog een nachtje, dan weten we alles.’

Jeanne haalt een fles wijn erbij, met drie glazen. ‘Laten we daar op proosten. Doe je mee Charlotte?’


© Astrid Habraken – alle rechten voorbehouden. Madame Bonheur – een Haagse roman verschijnt in 2023 in eerste versie in feuilletonvorm. Iedere aflevering is gecorrigeerd, schrijf- en tikfouten voorbehouden. In 2024 zal een complete, waar nodig herschreven versie verschijnen in boekvorm. Fysiek, dan wel als e-book.

0 reacties

Geef een reactie

%d